Gewichtsverandering tijdens de overgang
Tijdens de overgang merken veel vrouwen dat hun gewicht, tailleomtrek of lichaamssamenstelling verandert. Misschien kom je aan zonder dat je veel anders bent gaan eten, of lukt afvallen minder gemakkelijk dan vroeger. Dat is begrijpelijk: honger- en verzadigingshormonen, leeftijd, spiermassa, slaap en leefstijl kunnen allemaal meespelen.
Gewichtsverandering tijdens de overgang is niet voor iedereen hetzelfde. De focus hoeft daarom niet alleen op de weegschaal te liggen, maar ook op behoud van spiermassa, een gezonde middelomtrek en gewoonten die je langdurig kunt volhouden.
Waarom verandert je gewicht in de overgang?
De daling en schommeling van oestrogeen kunnen de vetverdeling veranderen. Vet wordt dan vaker opgeslagen rond de buik en taille, terwijl het eerder meer rond heupen en bovenbenen zat. Daardoor kan je lichaam anders aanvoelen of ogen, ook als je gewicht nauwelijks verandert.
Daarnaast neemt spiermassa geleidelijk af naarmate je ouder wordt, vooral als je weinig aan krachttraining doet. Spieren gebruiken energie, ook in rust. Minder spiermassa kan dus betekenen dat je dagelijkse energiebehoefte lager wordt. Een eetpatroon dat jarenlang goed bij je paste, kan dan op termijn tot gewichtstoename leiden.
Ook overgangsklachten kunnen indirect invloed hebben. Slechter slapen, vermoeidheid, stress en opvliegers kunnen het lastiger maken om te bewegen, regelmatig te eten en voldoende herstel te nemen. Gewichtstoename is daarom meestal niet alleen een gevolg van hormonen, maar van meerdere veranderingen die samenkomen.
Meer buikvet betekent niet automatisch veel kilo's erbij
Een veranderde vetverdeling kan ervoor zorgen dat kleding strakker zit rond de buik, terwijl je gewicht maar beperkt verandert. Andersom kan spierverlies ervoor zorgen dat het getal op de weegschaal gelijk blijft, maar dat je lichaamssamenstelling verandert.
Buikvet verdient aandacht, omdat vet rond de organen samenhangt met een hoger risico op onder meer hart- en vaatziekten en diabetes type 2. De relatie tussen insulineresistentie en gewicht kan hierbij ook relevant zijn. Meet eventueel af en toe je middelomtrek naast je gewicht. Zie dit niet als oordeel, maar als een praktisch signaal om je gezondheid en gewoonten te bespreken als daar aanleiding voor is.
Wat helpt bij gewichtsbehoud of afvallen?
Zeer restrictieve of eenzijdige diëten kunnen tekorten geven en zijn vaak moeilijk vol te houden. Tijdens afvallen kan vetvrije massa afnemen; voldoende eiwit en beweging kunnen daarbij helpen, maar de precieze invloed verschilt per persoon. Lees meer over waarom eiwitten belangrijk zijn bij afvallen. Een rustige, consistente aanpak werkt meestal beter. Kies veranderingen die passen bij je dagelijks leven.
- Eet regelmatig en voedzaam: vul maaltijden met groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, vis, eieren, zuivel of plantaardige alternatieven en andere eiwitrijke producten. Kies bij plantaardige zuivelalternatieven bij voorkeur varianten die verrijkt zijn met calcium en vitamine B12.
- Let op energierijke gewoonten: frisdrank, alcohol, snacks en grote porties leveren snel extra energie zonder lang te verzadigen. Kleine aanpassingen hierin kunnen al verschil maken.
- Beweeg dagelijks: wandelen, fietsen of zwemmen ondersteunt je conditie en helpt je energieverbruik verhogen. Richt je daarnaast op minstens 150 minuten matig intensief bewegen per week.
- Train je spieren: krachttraining en spierbehoud bij gewichtsverlies, bijvoorbeeld met oefeningen met lichaamsgewicht, helpen bij het behoud en opbouwen van spiermassa. Doe ook spier- en botversterkende activiteiten en begin op een niveau dat bij je past.
- Maak slaap en stress bespreekbaar: aanhoudend slaaptekort of stress kan gezonde keuzes moeilijker maken. Lees meer over slaap en gewicht. Hulp bij overgangsklachten kan daarom ook indirect bijdragen aan gewichtsbeheersing.
Wil je afvallen, richt je dan op een geleidelijk en haalbaar tempo. Een klein, langdurig vol te houden energietekort is doorgaans zinvoller dan snel resultaat nastreven. Een diëtist of huisarts kan helpen wanneer je niet weet welke aanpak bij jouw situatie past.
Wanneer is het verstandig om medische hulp te vragen?
Neem contact op met je huisarts bij snelle of onverklaarbare gewichtstoename, sterk gewichtsverlies zonder duidelijke reden of klachten zoals aanhoudende vermoeidheid, hartkloppingen of veranderingen in je stoelgang. Deze klachten kunnen meerdere oorzaken hebben. Soms is aanvullend onderzoek nodig naar bijvoorbeeld de schildklier, medicatiegebruik of andere gezondheidsfactoren.
Wanneer leefstijlaanpassingen onvoldoende helpen, kan een arts beoordelen of aanvullende medische begeleiding passend is. In sommige situaties kan informatie over GLP-1 en de overgang relevant zijn.
Veelgestelde vragen
Hoeveel kilo komt een vrouw gemiddeld aan in de overgang?
Dat verschilt sterk per persoon. Sommige vrouwen blijven ongeveer op hetzelfde gewicht, terwijl anderen in enkele jaren meerdere kilo's aankomen. Niet alleen de overgang, maar ook leeftijd, spiermassa, beweging, slaap, stress, eetgewoonten en medicatie spelen hierbij een rol.
Is het mogelijk om 10 kilo af te vallen tijdens de overgang?
Ja, dat kan voor sommige vrouwen haalbaar zijn, maar het is geen passend of noodzakelijk doel voor iedereen. Een veilig plan houdt rekening met je uitgangsgewicht, gezondheid, conditie en eventuele aandoeningen. Een geleidelijke aanpak met voeding, beweging en zo nodig professionele begeleiding geeft meestal de beste kans op blijvend resultaat.
Waarom blijven sommige vrouwen slank in de overgang?
Gewicht en vetverdeling verschillen sterk per persoon. Erfelijkheid, leeftijd, leefstijl, gezondheid en medicatie kunnen meespelen; uit uiterlijk of gewicht alleen kun je niet afleiden hoe gezond iemand is.

